‘Omdat ik klaar ben met school en nog niet meteen wil beginnen aan een vervolgopleiding, gebruik ik dit jaar (2017 - red.) om te werken en mijn droomreis naar Afrika te maken. Ik had voor zes maanden een baantje gevonden op Sint-Maarten en kon daar bij mijn oom en tante wonen. In het begin had ik heimwee en droomde ik veel over mijn leven thuis, mijn vrienden en oud-klasgenoten. Niet altijd leuke dromen: in eentje zat ik met mijn familie en een moordenaar buiten aan tafel te eten. Hij achtervolgde mij met messen. Ik pakte zijn hoofd en sloeg het kapot, maar het brak als glas en daarna werden de stukken weer een geheel.

Voor mijn vertrek had ik af en toe dromen dat het geweldig leuk was op Sint-Maarten, maar alles verliep anders dan verwacht. Vlak van tevoren hoorde ik opeens dat het baantje niet doorging, dus ik moest daar op zoek naar ander werk. Na enige moeite leek dat te lukken: ik zou vrijwilligerswerk gaan doen voor natuurprojecten, en ik mocht proefdraaien bij een strandtent. Maar een dag voordat ik zou beginnen kwam orkaan Irma aan land.

Elf uur lang hebben we onszelf, samen met een ander gezin, opgesloten in de woonkamer. Het leek of er spoken om het huis jankten, steeds luider en tenslotte non-stop. Omdat de lucht buiten werd weggezogen, ontstond er een soort vacuüm waardoor je oren pijn deden alsof je diep onder water zat. Door een raam dat als nooddeur diende, en niet was afgesloten met een luik, zag ik dat de lucht gifgroen-geel was. Mijn tante had het idee dat die orkaan een ziel had en al zijn afschuw over ons uitkotste. Echt bang ben ik niet geweest want het huis is van beton, maar ik hield wel steeds de afgesloten glazen schuifdeuren in de gaten omdat ze bij elke windstoot naar binnen bolden.

Naderhand ontdekten we dat buiten alles kapot en verwoest was. Heel onwerkelijk. De grootste verandering was dat al het prachtige groen bruin was geworden. Het zag eruit als een kaal winterlandschap waar al het leven uit verdwenen was. Toen ik voor het eerst weer contact had met mijn ouders wilden ze horen of het met mij oké was, maar hoe leg je uit hoe het voelt om midden in een rampgebied te zitten?

Als je dit samen meemaakt is het moeilijk om zomaar weg te gaan. Ik wilde heel graag iets betekenen en helpen opruimen, maar door de plunderingen werd het steeds onveiliger op straat. Een week na de orkaan konden mijn neefjes en ik naar Nederland. Het is vreemd om nu weer thuis te zijn, waar alles normaal is. Ik waardeer het nu dat er water uit de kraan komt. Die korte periode daar is heel leerzaam geweest, maar op een andere manier dan gedacht.’

Blanca van Haaren (17) vertrok na het halen van haar vwo-diploma voor een half jaar naar Sint-Maarten. Na een maand moest ze al terug, door orkaan Irma.

Noor Hellmann