‘Vaak is het met dit soort weer - beetje vochtig en koud - dat vogelgriep de kop opsteekt. Het was hier nog een vrij onbekend fenomeen toen we er in 2003 bij betrokken raakten. Een ingrijpende ervaring. Het begon met een besmet pluimveebedrijf op de Veluwe. Alle bedrijven in een straal van tien kilometer daar omheen werden bevroren: voor hun kippen en eieren gold een vervoersverbod. Wij vielen net binnen die zone. Dertig miljoen kippen in Nederland zijn toen vernietigd. Onze kippen zijn niet afgemaakt maar we konden ze ook niet kwijt, de eieren evenmin. Dat heeft een paar weken geduurd. Toen na de epidemie alles werd vrijgegeven, kregen wij geen schadeloosstelling, alleen de bedrijven in één kilometer rond het besmette bedrijf. We zijn in feite opgeofferd voor het algemeen belang. Het heeft ons zestig-, zeventigduizend euro gekost.

Ooit begonnen we met akkerbouw. We namen er kippen bij om de risico's te spreiden en in de hoop met de opbrengst ervan meer grond te kopen. Je hebt een voorstelling van je bedrijf over tien jaar. Als onze oudste zoon straks besluit boer te worden wil ik hem een perspectief kunnen bieden. Maar die toekomstdroom komt door dit soort tegenslagen niet dichterbij.

Vorig jaar (2013 - red.) kregen we opnieuw te maken met vogelgriep. Je hebt elke dag wel twee, drie dode kippen in de stal. Maar opeens waren het er zes. Met kippen is het zo: zodra er iets afwijkt van het normale dan is er iets. Een veeg teken was ook dat de dierenarts niets kon ontdekken. Uiteindelijk bleken ze besmet met het virus. Je bedrijf wordt dan onmiddellijk geblokkeerd. Terwijl de deuren van de stallen werden afgeplakt ging ik, voordat ze er koolzuur in zouden spuiten, naar binnen om de laatste eieren af te draaien. Dat was moeilijk. De stal heeft een paar uur dichtgezeten. Vervolgens kwam er een shovel om 24.000 dode kippen in een container te storten. Ik ben daar niet bij geweest, dat kon ik niet.

Nachtmerries erover kan ik me niet herinneren. Misschien had ik geen dromen omdat je zo'n ervaring probeert weg te drukken, anders heb je geen leven. Toch hou je het piekeren niet tegen. Ik heb er wakker van gelegen en nog steeds worstel ik ermee. Want de financiële consequenties zijn groot. Je krijgt weliswaar de dagwaarde van de kippen vergoed, maar je mist vier, vijf maanden omzet. En dan die onzekerheid. Je gaat verder, een andere keus is er eigenlijk niet, maar ondanks alle voorzorgsmaatregelen kan het je zo weer overkomen. Niemand weet hoe het virus zich verspreidt.

Wij zijn nu niet besmet, toch vermijden we zoveel mogelijk contact. We gaan niet naar bijeenkomsten met veel mensen, zoals het huwelijk van een loonwerker van ons.’

Sijds Dijkstra (1956) is akkerbouwer en pluimveehouder. Begon hij aanvankelijk met gangbare akkerbouw, sinds 2005 heeft hij een gemengd biologisch bedrijf.

Noor Hellmann