‘Ik ontwaak vrij gespannen, met een hoofd vol, dan blijf ik nog even liggen en neurie door een rietje, dat is goed voor je stem. Toen ik een tijdje overspannen was, werd ik altijd wakker met verhoogde bloeddruk, er gebeurde 's nachts kennelijk van alles in mij, maar mijn dromen herinnerde ik me niet. Nu wel. Behalve de gewone acteursdromen waarin ik op moet en geen idee heb in welk stuk ik sta of vergeten ben mijn rol te leren, heb ik terugkerende dromen waarin ik na een lange vakantie in een vreemd land plotseling denk: ik moet terug, maar hoe in godsnaam? Waar is mijn ticket, waar het vliegveld? Wat ook vaak voorkomt: ik sta op het punt van vertrekken, maar ik ben in mijn ondergoed en kan mijn kleren niet vinden. Uit een grote stapel kies ik willekeurig wat kledingstukken, terwijl ik weet: dit klopt niet, het is te armoedig voor woorden.

Desolate dromen zijn het, die niets te maken hebben met hoe ik mij voel in het dagelijks leven. Het lijkt bijna alsof het de dromen van mijn vader zijn, alsof de situatie waarin hij voor zijn dood verkeerde in mijn genen zit. Mijn vader vocht als Nederlandse SS-officier aan het Oostfront, in februari 1945 is hij gesneuveld. Een week later ben ik geboren in een door bombardementen gehavend Duits ziekenhuis. Het staat me nog helder voor de geest dat ik daar als veertienjarige een haast hallucinerende droom over had zonder dat ik de betekenis begreep. Maar toen ik de droom aan mijn oma beschreef trok ze wit weg en vroeg: hoe kun je dit weten, dit is je geboorte! Alle details bleken te kloppen.

Mijn moeder is kort na de bevalling in een psychose geraakt en overleden toen ik bijna acht maanden was. Ik ben liefdevol opgevangen in een pleeggezin. Al heel jong drong tot me door dat ik niet op mijn echte ouders hoefde te rekenen en mezelf moest zien te redden. Ik had een zeer levendige fantasie; ik merkte dat doen alsof ik een ander was mij een identiteit gaf die me beter beviel dan die van het arme, bleke oorlogsweesje. Ik ben toneelspeler geworden vanwege mijn vader en mijn moeder: ik wil aandacht vragen voor verloren levens.

Ik vind het heerlijk in de huid te kruipen van bestaande mensen. Als ik Pim Fortuyn speel of, zoals nu (2014 - red.), voormalig landbouwminister Sicco Mansholt, kan ik iets over hem onthullen wat een psycholoog of journalist niet kan, zonder te oordelen. Wat mij in Mansholt treft is het aarde-element: het nuchtere, harde. Hij heeft een groot hart voor de boeren en droomt van meer welvaart in de landbouw. Een vurige kant heeft hij ook: als hij tegen zijn pensioen wordt geconfronteerd met het dwangmatig streven naar groei wil hij het milieu, de wereld, redden. Tevergeefs, hij brandt op aan zijn passie.’

Helmert Woudenberg (1945) is acteur, toneelregisseur, schrijver en mede-oprichter van het Werkteater.

Noor Hellmann