‘Vannacht had ik zo'n gewelddadige droom dat ik heb geaarzeld of ik die hier wel moet vertellen. Ik was in een soort Blokker en kwam een man tegen, die daar woonde. Hij irriteerde mij zodanig dat ik hem helemaal in elkaar begon te beuken. Ik gooide hem met een enorme kracht de winkel uit, metershoog, tot hij - baf! - aan de andere kant van de straat dood neerkwam. Vervolgens dacht ik: niemand zal geloven dat ik dat heb gedaan, zo'n vredelievende, aardige vrouw. Toen de politie kwam, deed ik of ik een vriendin van het slachtoffer was.

Er komt vaker geweld voor in mijn dromen, maar ik ervaar ze niet als nachtmerries. Pas als ik ze overdag navertel, vind ik ze schokkend. Dan komt de wakkere gêne erbij, denk ik. Zo droomde ik over een staatsgreep, waarbij prinses Beatrix werd doodgeschoten. En over een man die mij vertelde dat hij vlees in stukken had gehakt en zei dat het mijn lichaam was.

Geen idee waar dit soort dromen vandaan komt. Overdag ben ik juist uitzonderlijk happy de laatste tijd. Leuk werk, gelukkig getrouwd... Het enige wat ik kan bedenken, is dat scheppingsdrang en destructie twee kanten van dezelfde medaille zijn, zoals ik ooit heb gelezen. Misschien komt het slopen er ‘s nachts uit, omdat ik overdag altijd scheppend bezig ben.

Ik ben begonnen op de kunstacademie, heb aan cabaret gedaan, theaterwetenschappen gestudeerd en daarna vooral carrière gemaakt als striptekenaar. Daarnaast heb ik altijd veel meer gedaan: gedichten en proza schrijven, glas-in-lood ontwerpen, keramiek beschilderen, mozaïek maken, er staat een betonnen beeld van me op de hei in Ermelo en ga zo maar door. Ik wil telkens nieuwe terreinen ontginnen.

Als kind was ik al zo grillig. Ik weet nog hoe mijn ouders weleens verzuchtten: ‘Vorige week wilde je nog op vioolles en nu moeten we een gitaar voor je kopen?’

Nu ben ik vooral actief als zandtekenaar. Samen met concertpianist Martijn Smits verzorg ik elke maand een zandconcert. Hij speelt en ik maak op een lichtbak met een videocamera erboven tekeningen met zand. De beelden worden meteen geprojecteerd, dus het publiek ziet de tekeningen ontstaan en veranderen.

Scheppen en slopen komt hier heel dicht bij elkaar, want als een tekening klaar is, veeg ik hem meteen weer uit om een nieuwe te maken. Als ik mensen in de zaal ‘oooohhhh’ hoor zeggen, omdat ze het zonde vinden, heb ik het goed gedaan. Hoe mooier de tekening, hoe treuriger het is dat hij verdwijnt. Eigenlijk confronteert deze vorm van tekenen je met vergankelijkheid. Zo’n beeld is er maar heel even, dus kun je er maar beter van genieten. En dat geldt natuurlijk voor al het moois in het leven.’

Gerrie Hondius (45) werd bekend als striptekenaar van o.a. ‘Ansje Tweedehansje’ in Opzij, stripboeken als ‘Ik ben God’ en de verhalenbundel ‘Ik ontmoette een man’.

Bas Maliepaard