‘Gelukkig ben ik geen nachtmerriemens. Heel soms, als ik een nieuw werk moet uitvoeren, sta ik in mijn droom op het podium en heb ik een complete black-out. Dan slaat de paniek toe en probeer ik in de partituur van de dirigent mee te lezen: wat moet ik in ’s hemelsnaam spelen? Ik heb die nachtmerrie al een tijd niet meer gehad, sinds ik het rustiger aan doe.

Ik denk veel na over wat ik met mijn leven wil. Dat draait voor het grootste deel om de muziek. Ik voel me daar fijn bij, ik wil spelen, dat ben ik! Maar ik zou een nóg betere balans willen vinden tussen mezelf als musicus en als mens. Me meer verdiepen in literatuur, vaker bij mijn vrienden zijn, sporten, wandelen in de bergen of langs het strand met mijn geliefde. Het zijn allemaal geen hoogdravende dingen die ik ambieer, meer dingen waar ik niet steeds plaats en tijd voor heb.

Aan de andere kant ben ik niet echt een dromer. Ik krijg zoveel mooie kansen in mijn vak, daar kan ik me iedere dag weer aan laven - ik hoef er niet van te dromen.

Dit klinkt heel fout, alsof ik alles heb bereikt, en dat is absoluut niet zo. Ik wil steeds verder. Je verwacht ook altijd meer van jezelf. Net als bij topsport: het kan altijd beter. Ik leg de lat hoog, en ben ook erg ongeduldig. De frustratie kan stiekem toeslaan als ik niet meteen op dat hoogste punt arriveer. Daar moet ik voor waken. Het zit in mijn karakter dat alles heel goed moet. Ik hou ook graag alle touwtjes zelf in handen. Dat mag wel wat minder: laat maar gaan, het is zoals het is en dat is prima.

Stilte, de natuur en de kracht van de natuur zijn voor mij onmisbaar om uit mijn dagelijkse gedachtenstroom te komen, om alles los te laten. Die geven me energie. Dat gebeurt vooral in de bergen.

Een droom is iets ondefinieerbaars, een staat van zijn, van niet-zijn eigenlijk, waarin je vrij bent van alles, ook van je gedachten. Ik zou dat vaker overdag willen bereiken.

Toen ik trouwde kwam een droom uit, ik heb de liefde van mijn leven ontmoet, ik streef het geluk na en heb het gevonden. Het eerste optreden met dirigent Bernard Haitink, vorig jaar, was ook een droom. Fantastisch, maar van een heel andere soort.

De emotie van muziek overbrengen, daar wil ik me graag aan wijden. Als er mensen uit het publiek na afloop van een concert naar me toe komen en heel direct met me delen hoe mooi ze het vonden, dat is overweldigend.

Al raak je maar één iemand tijdens het spelen: dat is waar het allemaal om gaat, en wat ik de rest van mijn leven wil doen.’

Janine Jansen (1978) is violiste.

Frederike Berntsen