‘Ken je die liedtekst van R.E.M.? ‘The dreams in which I‘m dying are the best I‘ve ever had’. Ik droom regelmatig dat ik niet lang meer te leven heb en mijn vrienden en familie afscheid komen nemen. Dat klinkt depressief, maar het zijn juist liefdevolle dromen, omdat al mijn dierbaren langskomen. Misschien heeft het iets met mijn suikerziekte te maken. Die openbaarde zich toen ik 17 was. Ik werd in coma het ziekenhuis ingebracht. Kantje boord: een paar uur later, en wij hadden dit gesprek nu niet gehad. Ik ben me sindsdien erg bewust van de eindigheid van het leven. Dat een van mijn beste vrienden op zijn 21ste overleed, heeft dat besef nog versterkt.

Maar de droom gaat denk ik ook over waardering van andere mensen, over niet vergeten worden. Dat is wel een thema bij mij. Ik droom ook af en toe dat ik in een James Bond-achtige setting de wereld red. In die dromen voel ik me belangrijk en onoverwinnelijk. Overdag vertaalt zich dat in de behoefte om iets na te laten, om niet onopgemerkt te blijven. Misschien dat ik daarom altijd in het middelpunt van de belangstelling terechtkom.

Ik had na mijn studie onderzoeker kunnen worden of docent, maar koos voor de wetenschapsjournalistiek. Complexe dingen aan een groot publiek begrijpelijk uitleggen, geeft me een kick. Dat vond ik als kind al leuk. In groep 6 hield ik een spreekbeurt over atomen, isotopen, ionen en andere kleine deeltjes. Ik vond alles boeiend wat ik me nét niet kon voorstellen. Hoe ongrijpbaarder, hoe mooier ik het vond. En het is gewoon te gek als je iets wat je eerst niet begrijpt opeens wél begrijpt. Dat gevoel wil ik andere mensen ook bezorgen.

En ik wil graag de schoonheid, de poëzie van de wetenschap overbrengen. Zo kan ik er echt van genieten dat alles zó wonderlijk in elkaar valt dat er leven mogelijk is. Voor mij zit daar geen God achter. Toch kan ik wel een bijna spiritueel gevoel aan de wetenschap ontlenen, een overgave aan de grootsheid van de natuur. Als ik verdriet heb, kan ik naar de sterrenhemel kijken en in gedachten de planeten zien die al een paar miljard jaar hetzelfde rondje draaien. Dat zet mijn beslommeringen in perspectief, er gaat een bepaalde geruststelling vanuit die gelovigen bij God vinden. Als een gelovige suikerziekte krijgt, kan hij dat toeschrijven aan Zijn wil; ik kan het biologisch verklaren en denk: zo werkt de natuur nu eenmaal.

Ik geloof niet in een hiernamaals, en ik ben ervan overtuigd dat het leven op aarde geen doel heeft. Dat neemt niet weg dat ik het uitermate zinloze leven dat mij gegund is bijzonder vind, en dat ik probeer om er alles uit te halen wat erin zit en het voor anderen zo fijn mogelijk te maken.’

Diederik Jekel (1984) is wetenschapsjournalist, presentator en schrijver. In 2015 verscheen zijn tweede boek: ‘Bèta voor alfa’s’.

Bas Maliepaard