‘Zelden herinner ik me een droom. Ik heb weleens paniekdromen, zoals de trap van de Grote Zaal in het Concertgebouw aflopen om een hoboconcert te spelen, terwijl ik nog nooit hobo heb gespeeld, zoiets. Eén angstdroom is ooit bewaarheid geworden. Ik zat ’s avonds thuis, was aan het werk, en de telefoon ging. ‘Meneer De Leeuw, waar bent u?’ ‘Thuis, hoezo?’ ‘Er zit een volle zaal op u te wachten.’ Daar was iets misgegaan in de administratie.

Vroeger droomde ik soms een heel muziekstuk, iedere noot nauwkeurig, maar dat was dan geen bestaand stuk. Zodra ik wakker werd vervluchtigde het, kon ik het niet opschrijven.

De dingen komen op m’n pad, vaak fantastische dingen. Ik ben niet iemand die denkt: kon ik nu maar, had ik nu maar. Ik denk vaak achteraf: wat geweldig dat ik dat heb gedaan. Alle muziek van Messiaen dirigeren - dat kun je de verwezenlijking van een droom noemen.

Toen ik werd gevraagd om Schönbergs ‘Gurrelieder’ te doen, buitengewoon. Daar droomde ik al veertig jaar van, om dat geweldige stuk, zo rijk en veel en groot, ooit nog eens te kunnen uitvoeren. Dat kan ook niet zomaar. Eer je een orkest van 150 man en 200 koorleden bij elkaar hebt. Wat in de muziek gebeurde in de tijd dat Schönberg de ‘Lieder’ schreef, heeft me altijd gefascineerd. Hij vatte de hele negentiende eeuw nog eens samen, in één monument.

Ik hoop ooit Bachs Matthäuspassion te dirigeren onder ideale condities. Het werk zo uitvoeren dat alles wat je erover denkt en wat je ermee wilt, ook kan. In de Matthäus staat geen noot die niet aan de tekst is gerelateerd. De zangers zijn met die tekst bezig, maar de instrumentalisten zijn vooral gewend alleen de noten te spelen. Ik zou een uitvoering willen bewerkstelligen die helemaal vanuit de tekst is gedacht, ook door de niet-zangers: spelen alsof je zingt. Dan ontstaat een totale eenheid.

Als ik op een partituur studeer, komt er altijd een punt waarop ik denk: zó moet het, en niet anders. Vast eigenwijs, dat ik het meen te weten, maar dat moet je op een podium wel uitstralen, anders is het vrijblijvend wat je doet.

Mijn nieuwe compositie, voor groot orkest, is bepaald geen droom, ik ben daar erg onzeker over. Als ik aan de uitvoering over een paar maanden denk, stik ik van de zenuwen. En als ik naar de lange, pretentieuze partituur kijk, vraag ik me af hoe die er is gekomen. Het stuk lijkt op niets anders, maar ik heb er wel bepaalde obsessies in verwerkt: een beetje Wagner, de Vioolsonate van Oestvolskaja en een Hölderlin-gedicht.

Alles wat ik denk, doe en droom heeft met muziek te maken. Dat kan ook niet anders, want - zoals theaterregisseur Johan Simons het onlangs zo mooi verwoordde - je lééft kunst’

Reinbert de Leeuw (1938-2020) was dirigent, pianist en componist. In 2013 werd ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag het tweedaagse festival REINBERT georganiseerd.

Frederike Berntsen