‘Mijn nachtmerries gaan meestal over de angst dat ik mijn werk niet meer kan doen, uit onzekerheid. Ik draag grote verantwoordelijkheden, ben bezig met een volgende deadline, uitdaging, verwachting. Een keten van elementen. Het gaat over de productie die net is afgelopen, de première van volgende week en de planning van 2018. Alles moet lopen, moet goed zijn - en zelfs iedere keer beter.

Juist na ieder wapenfeit groeit de angst. Mijn motto: nooit de top beklimmen. Als je boven bent, kun je alleen nog maar naar beneden. Mijn werkterrein bevindt zich onder de radar, op een hoogte die ruimte biedt om te blijven onderzoeken en creƫren.

Dat ik al meer dan 25 jaar aan het roer van De Nationale Opera kan staan, heeft zeker te maken met mijn manier van werken. Ik ben gericht op exploratie. De druk van het absolute succes is het begin van het einde. Als ik de ruimte voor ontwikkeling verlies, is het klaar voor mij. Ik heb geen vaste stijl als regisseur, iedere productie is een experiment - ik begin met een tabula rasa. Zo blijf ik onder die radar. In de toekomst ga ik minder doen, minder regisseren. Wel blijf ik betrokken bij hedendaags repertoire, mijn grote passie. Daarin staat de vorm nog niet vast, en dat is erg prettig.

Mijn rode draad, die ik duidelijk voel en wil, is het creëren van dingen voor andere mensen. Natuurlijk, dit is mijn persoonlijke reis, mijn interesse in de visionaire ideeën van componisten, in de opera, maar ik maak het eindresultaat voor groot publiek. Ik projecteer mijn dromen op de toeschouwer en wil hem wat nieuws aanreiken, als een cadeautje.

Ik hou ervan als iets op organische wijze tot stand komt. Tegelijk zet ik veel dingen in gang die op papier onmogelijk zijn. Zonder risico's geen kunst. Alles gaat gepaard met een enorme snelheid, druk en alertheid.

Dat werkt niet in je privéleven. Privé heb je een andere dynamiek, dat wist ik niet. Ik heb zo'n thuis, nu met een kindje, nog nooit gehad. Het tempo waarin ik gewend ben te handelen, beslissingen te nemen, moet ik loslaten om van triviale dingen te kunnen genieten. Ik moet accepteren dat het anders gaat en zoeken naar de juiste balans; dat vind ik niet makkelijk. In mijn werk ben ik een zekerder mens dan thuis.

Ik zou ooit nog eens een film willen maken, om mijn achtergrond in te kunnen verwerken, de verhalen uit mijn verleden, de werelden waarin ik heb geleefd, van mijn geboorteland en Frankrijk tot Engeland en Nederland.

Iedere dag ben ik verrast dat ik zoveel uitdagingen kan overleven. Ik vraag me altijd af: hoe kan ik de volgende stap aan? Ik denk dat mijn grenzeloze nieuwsgierigheid mijn geest permanent scherp houdt’

Pierre Audi (1957) is een opera- en theaterregisseur. Van 1998 tot 2018 was hij artistiek leider en directeur van De Nederlandse Opera en tot 2014 artistiek directeur van het Holland Festival.

Frederike Berntsen